Voordrachten in 2004

 

Door te klikken op de datum in onderstaande tabel wordt u naar de samenvatting van de betreffende lezing geleid.

Indien beschikbaar, vindt u daar ook een hyperlink naar de presentatie zelf.

....Datum....OnderwerpSpreker
15-01-04 Zonnefysica met de Dutch Open Telescope Prof. dr. Robert J. Rutten
19-02-04 Planeten: vinden, vormen, vullen Garrelt Mellema
18-03-04 Gravitatielensen en hun belang voor de sterrenkunde Jelte de Jong
15-04-04 Resultaten van de WMAP Peter Katgert
13-05-04 Planeten fotograferen met de webcam Cor Klaver
Bob van Rongen
16-09-04 Astrochemie - van moleculaire wolken to leven Suzanne Bisschop
14-10-04 IJstijden Dr. R. Bintanja
18-11-04 Landschapvormen op Mars Dr. M. Kleinhans
16-12-04 The results of the Spitzer telescope Bernard Brandl

15-01-2004 Zonnefysica met de Dutch Open Telescope
prof. dr. Robert J. Rutten

De Dutch Open Telescope (DOT) op de top van een uitgedoofde vulkaan op La Palma (Canarische Eilanden) is een revolutionnaire zonnetelescoop die beeldreeksen van uitzonderlijk hoge kwaliteit produceert door combinatie van een uitstekende lokatie, volledig open telescoopstructuur, buigingsbegrensde optiek, en de toepassing van numerieke spikkelreconstructie om te corrigeren voor de resterende atmosferische turbulentie. De DOT heeft de afgelopen jaren bij het uittesten van diverse soorten secundaire optiek al prachtige films van het zonsoppervlak geproduceerd. Momenteel wordt complexe secundaire optiek ingebouwd voor synchrone waarnemingen op diverse golflengten waarmee de magnetische structuur van de fotosfeer, lage chromosfeer en hoge chromosfeer tegelijkertijd in kaart zullen worden gebracht. Combinatie met satellietwaarnemingen voegt daar de coronale structuur aan toe. Het belangrijkste onderzoeksterrein is de koppeling van de magnetische velden op het zonsoppervlak aan die in de corona. In de lezing zal ik ingaan op de werking van de telescoop, de zonnefysica die er mee bedreven wordt, en de plannen voor de nabije toekomst.


19-02-2004 Planeten: vinden, vormen, vullen
Garrelt Mellema

Planeten zijn sinds een jaar of acht weer helemaal en vogue onder professionele sterrenkundigen. Dit komt vooral door de ontdekking van exo-planeten. In deze lezing geef ik een overzicht van de ontdekking en ontdekkingsmethodes van exo-planeten, om vervolgens de huidige ideeën over planeetvorming te behandelen. Ik sluit af met ideeën over de voorwaarden voor geavanceerd leven op andere planeten, en de toekomst van het planeetonderzoek.
http://www.astro.su.se/~garrelt/gmellema.html

18-03-2004 Gravitatielenzen en hun belang voor de sterrenkunde

Jelte de Jong Kapteyn Astronomical Institute

Download presentatie (skydrive, PowerPoint 4.9 MB)

Jelte heeft een mooie homepage, met uitleg van zijn werk aan gravitatielenzen.
http://www.astro.rug.nl/~jdejong/jdejong_net/jhp/research.html

Gravitatielenzen kunnen beschouwd worden als natuurlijke telescopen. Doordat lichtstralen afgebogen worden door de zwaartekracht, kunnen voldoende zware objecten als een soort lens werken en het licht van verder weg gelegen objecten versterken en/of vervormen. Dit effect kan binnen de sterrenkunde voor een heleboel verschillende doeleinden gebruikt worden. Voorbeelden van toepassingen zijn: massabepaling van clusters van melkwegstelsels, het bepalen van de Hubble constante en andere kosmologische parameters, het detecteren van donkere materie en het detecteren van planeten rond verre sterren. Na een korte inleiding over de theorie, zullen de verschillende toepassingen de revue passeren.

15-04-2004 Resultaten van de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP)
Peter Katgert Sterrenwacht Leiden

De WMAP satelliet werd ruim twee jaar geleden gelanceerd met als specifieke taak de fluktuaties in de helderheid van de kosmologische mikrogolf-achtergrondstraling met grote precisie in kaart te brengen. In het begin van dit jaar werden de eerste resultaten gepubliceerd. In deze voordracht zullen het experiment, de resultaten tot nu toe, en de gevolgen daarvan voor ons beeld van het Heelal - in het bijzonder de leeftijd, de kromming en de samenstelling van de inhoud - worden besproken.

Op de WMAP site: http://map.gsfc.nasa.gov/ staan de onderstaande resultaten:

  • Het Heelal is 13.7 miljard jaar oud met een onzekerheid van ongeveer 1%.
  • De Eerste sterren ontstaken 200 miljoen jaar na de Oerknal.
  • Het oppervlak van laatste verstrooiing dateert van 379,000 jaar na de Oerknal.
  • De Inhoud van het Heelal:
    • 4% Atomen, 23% Koude Donkere Materie, 73% Donkere energie.
    • De verkregen gegevens beperken de mogelijkheden voor de donkere energie. Er lijkt meer sprake te zijn van een "Kosmologische constante" dan van een Negatieve-druk-Energie-veld, "kwintessens" genaamd. Maar kwintessens is nog in de race.
    • Snel bewegende neutrino`s spelen geen belangrijke rol in de evolutie van de structuur van het heelal. Zij zouden het vroege samenklonteren van het gas in het heelal voorkomen hebben, waardoor sterren later gevormd zouden zijn. Dat is niet in overeenstemming met de nieuwe WMAP resultaten.
  • De Expansie snelheid (Hubble constante) heeft een waarde: H o = 71 km/sec/Mpc. ( onzekerheid ongeveer 5 % )
  • Er zijn nieuwe aanwijzingen voor Inflatie (in het gepolariseerde signaal)
  • In de theorie die past bij de WMAP gegevens, zal het Universum voor eeuwig uitdijen. (De natuur van de donkere energie is nog een mysterie. Als deze met de tijd verandert, of als andere onbekende of onverwachte zaken gebeuren in het Heelal, zou deze conclusie kunnen veranderen.


13-05-2004 Algemene ledenvergadering

Na afloop van deze ledenvergadering hebben Cor Klaver en Bob van Rongen op informele wijze verteld over hun ervaringen bij het afbeelden van de planeten met een webcam.

Een aardige webcam site is: http://www.pk3.org/Astro/ Op de site vind je een zeer bruikbaar computerprogramma voor de bediening van je webcam K3CCDTOOLS heet het. Wat daar vooral handig aan is, is dat je het zoekerbeeld groter kan maken zodat het iets simpeler wordt om de telescoop scherp te stellen. Het op elkaar leggen en stapelen van de beelden gaat echter beter in Registax. De site bevat ook informatie over: hoe je webcam geschikt te maken voor langere belichtingen.


16-09-2004 Suzanne Bisschop, Sackler Laboratorium
Astrochemie - van moleculaire wolken tot leven


Astrochemie is de wetenschap die scheikundige processen in de ruimte bestudeert. Hoewel men vroeger dacht dat er onder de lage temperaturen en dichtheden weinig scheikundige reacties zouden optreden, blijkt het tegenovergestelde waar. Diverse moleculen zijn inmiddels gedetecteerd waarvan sommige simpele, veel voorkomende, organische moleculen zijn, maar ook vele heel exotische moleculen die op aarde nauwelijks voorkomen. Het begrijpen van de scheikundige processen is heel belangrijk aangezien het informatie geeft over de dichtheid, temperatuur en straling in het interstellaire medium. Bovendien vindt de vorming van nieuwe sterren plaats in zogenaamde "moleculaire wolken". Er is dus een duidelijke link tussen scheikundige processen en stervorming. Tenslotte is het begrijpen van waar, wanneer en hoe organische moleculen gevormd worden cruciaal voor hoe leven kon ontstaan op aarde en hoe het zou kunnen onstaan in andere zonnestelsels. In deze lezing zal ik dieper ingaan op deze processen, ook zal ik voorbeelden geven van onderzoek dat in Leiden op dit gebied plaatsvindt.


14-10-2004 Dr. R. Bintanja
IJstijden

Meer gegevens over het onderzoek van Dr. R. Bintanja vindt u op zijn website:
The ice shelf edge near Rampen
(72S, 16W),Antarctica ©Dan Zwartz


18-11-2004 Dr. M. Kleinhans
Landschapsvormen op Mars

Het oppervlak van Mars heeft genoeg gemeen met dat van de Aarde om zinvolle vergelijkingen tussen de landschapsvormen en achterliggende processen te doen. De combinatie van beschikbare gegevens en kaarten van Mars met gedetailleerde kennis van de Aarde levert een uitgebreide theorie op (auteur o.a. Victor Baker) over het ontstaan van de landschapsvormen op het Marsoppervlak. Voordat deze theorie uit de doeken gedaan wordt, moet eerst aandacht besteed worden aan de filosofie en methodologie van aardwetenschappen, aangezien deze significant verschilt van die van de natuurkunde welke in alle filosofieboeken staat. In de aardwetenschappen (en overigens ook de astronomie en biologie) zijn experimenten vaak onmogelijk omdat de relevante processen pas weerslag krijgen in de landschapsvormen na een tijd die het menselijk leven ver te boven gaan. Daarentegen laat het scala aan processen op een planeetoppervlak zoveel aanwijzingen van verschillende aard achter, dat door een 'Sherlock Holmes'-combinatie van die aanwijzingen vaak hun werking kan worden achterhaald. Daarnaast is een inleiding over aardse landschapsvormen en hun achterliggende processen noodzakelijk, namelijk stromend water (rivieren, kusten, grondwater), stromende lava (vulkanisme) en ijs (in de ondergrond en in gletsjers) belicht, maar ook de sturende factoren achter het planetaire klimaat: variaties in de aardbaan en in de tektoniek. Op de planeet Mars blijken nu vele aanwijzingen te zijn voor korte warme perioden met veel activiteit aan het oppervlak, afgewisseld door lange perioden met weinig activiteit. De belangrijkste aanwijzingen zijn diverse generaties gigantische rivieren. Bovendien lijkt de intensiteit van activiteit in de warme perioden af te nemen. Dit wordt mogelijk verklaard door een tektonische sturing van het klimaat. Mars heeft geen platentektoniek, maar kan haar warmte wel afstaan via vulkanisme. De vulkaan Olympus Mons laat zien dat deze activiteit in de loop van de tijd afnam. De koppeling tussen tektoniek, klimaat en landschapsvormen zal worden geïllustreerd met beelden van Mars.


16-12-2004 Bernhard Brandl, Universiteit van Leiden.
The results of the Spitzer telescope

(Voordracht in het Engels)

On 25 August 2003 NASA launched its fourth Great Observatory: the Spitzer Space Telescope, a cryogenically-cooled, infrared space observatory to complement the optical Hubble Space Telescope and the Chandra X-ray Observatory in orbit. With its high sensitivity Spitzer will open new views of the infrared Universe. From nearby, cool brown dwarfs to high-redshift galaxies. In my talk I will give a general introduction to infrared astronomy and the importance of observations at wavelengths that are, unfortunately, mostly unaccessible from the ground. I will then briefly describe the history and the design of the Spitzer telescope and its scientific instruments. The third part of the talk will give an overview of the most spectacular results up-to-date, many of which were featured in press conferences. Finally, I will focus on violent star formation in external galaxies, so-called starbursts, and what we can learn from Spitzer.