Voordrachten in 2008

Door te klikken op de datum in onderstaande tabel wordt u naar de samenvatting van de betreffende lezing geleid.

Indien beschikbaar, vindt u daar ook een hyperlink om de presentatie te downloaden.

....Datum....OnderwerpSpreker
17-01-08 Sterrenstelsels in het jonge heelal Dr. Huib Intema
07-02-08 Pulsars Drs. Gemma Janssen
21-02-08 ALV en Al Gore: An inconvenient truth  
13-03-08 Asteroseismologie: Kijken in het binnenste van sterren Drs. Haili Hu
03-04-08 Ontwikkelingen in de infraroodsterrenkunde Prof. Dr. Peter Barthel
17-04-08 Chemische evolutie en sterpopulaties in dwerg sterrenstelsels Prof. Dr. Eline Tolstoy
15-05-08 De IPCC- klimaatmodellen Dr. Rob van Dorland
04-09-08 Astrofotografie Jan Adelaar
18-09-08 Duisternis in het heelal: Donkere materie Drs. Anne-Marie Weijmans
16-10-08 Mira, reuzenster met staart Prof. dr. C. de Jager
13-11-08 De Gaia-missie, een 3D-kaart van de Melkweg Dr. A.G.A. Brown
11-12-08 Het klimaat over 10 000 jaar Prof. dr. S.B.Kroonenberg

 

17-01-2008 Sterrenstelsels in het jonge heelal
Dr. Huib Intema
Download presentatie (OneDrive, PowerPoint 16.2 MB)
Download video (OneDrive, avi, 11.2 MB)

Onder invloed van de zwaartekracht is materie in het heelal samengeklonterd. Groepen van sterrenstelsels, clusters genaamd, maken onderdeel uit van de grootst waarneembare structuren in het heelal.

Eén van de openstaande vragen in de kosmologie is: wanneer zijn clusters van sterrenstelsels ontstaan? Om een antwoord te vinden op deze vraag, zoeken observationele kosmologen met steeds krachtigere en gevoeligere telescopen naar clusters in het jonge heelal.

Zie ook het artikel in Eureka! van de Universiteit Leiden.

Voor verdere informatie over dit onderwerp verwijst Huib Intema naar de volgende sites:

http://www.mpa-garching.mpg.de/galform/virgo/millennium/ - kosmologische simulaties
http://www.astronomie.nl/index.php?comp=68&active=25 - artikel zoekmethode
http://www.physics.leidenuniv.nl/eureka/pdf-magazines/eureka3.pdf - artikel zoekmethode
http://www.astro.ku.dk/~jfynbo/LBG.html - Lyman Break Galaxies

07-02-2008 Pulsar Timing: Verleden, Heden en Toekomst
Drs. Gemma Janssen, UvA
Download presentatie (OneDrive, PowerPoint 13,5 MB)

Pulsars zijn een van de meest extreme sterren in het heelal. Het zijn overblijfselen van zware sterren, die na hun leven als "gewone ster" zijn ontploft en ineengestort tot een bol neutronen met een doorsnee van ongeveer 15 km. De eigenschappen van deze neutronensterren zijn dan ook zeer speciaal.

Enorme dichtheden, druk en temperatuur, met als gevolg supergeleiding en supervloeibaarheid, in combinatie met de sterke zwaartekracht maakt het bestuderen van pulsars een zeer interessant onderdeel van de sterrenkunde, en tot nog toe enige manier om te weten te komen hoe materie zich gedraagt onder extreme omstandigheden.
Bovendien zijn pulsars ook te gebruiken als test-objecten: het zijn de meest stabiele klokken in het heelal. Door de aankomsttijd van de pulsen met zeer grote nauwkeurigheid te meten, kunnen we o.a. bepalen hoe dubbelsterren om elkaar heendraaien, de samenstelling van het interstellaire medium bestuderen, en in sommige gevallen zelfs de zwaartekrachtstheorie van Einstein testen.

In deze lezing zal ik proberen een overzicht te geven van het verleden, heden en de toekomst van de pulsarwetenschap. Daarbij zal ik de nadruk leggen op de specifieke waarnemingen, modellen en samenwerkingsverbanden waar ik in mijn eigen onderzoek aan pulsar timing mee werk.

21-02-2008 Algemene ledenvergadering

Vertoning van:

Al Gore: An inconvenient truth

13-03-2008 Asteroseismologie: Kijken in het binnenste van sterren
Drs. Haili Hu, Radbout Universiteit Nijmegen / Katholieke Universiteit Leuven


Download presentatie:
http://www.astro.ru.nl/~hailihu/Education/Outreach/asteroseismologie.pdf

Oratie "Kosmische symphonieen" van Prof. dr. Conny Aerts:
http://www.astro.ru.nl/nieuws_best/aerts_oratie.pdf

Lezing over trillingen in sterren en hoe deze trillingen de inwendige fysische processen in sterren blootleggen.

Wij, mensen, bevatten chemische elementen die geproduceerd zijn in het binnenste van sterren. Kort na het oerknal, bestond het universum slechts uit waterstof, helium en lithium. Alle zwaardere elementen, zoals koolstof, zuurstof en ijzer, zijn ontstaan door kernfusie in sterren. Tijdens de laatste levensfase van een ster worden de buitenste lagen afgestoten. Uit de afgestoten sterrenstof kunnen nieuwe sterren en planeten gevormd worden, zoals onze eigen zonnestelsel. Leven op Aarde zou niet mogelijk zijn zonder deze wonderbaarlijke kernreactoren, de sterren! Sterren zijn dus fascinerende en belangrijke objecten in het heelal. Zodoende willen wetenschappers graag weten hoe een ster werkt, wat er gebeurt binnenin een ster.

De inwendige fysische processen kunnen wij helaas niet waarnemen en ook niet nabootsen in een laboratorium. We moeten creatief zijn om de structuur en de exacte mengprocessen van de gaslagen binnenin de ster te bestuderen. Het onderzoeksdomein asteroseismologie beoogt dat door gebruik te maken van de over het steroppervlak lopende trillingen. Deze trillingen geven veel geheimen prijs over de inwendige processen in de ster. Men kan dit vergelijken met muziekklanken. Zij zijn uniek verbonden met de bouw en eigenschappen van het instrument. Om dezelfde reden kunnen astronomen uit de 'klank' (trillingsfrequentie) van een ster haar interne structuur afleiden. Helaas kunnen we de stertrillingen niet 'horen' hier op Aarde want er is geen medium tussen de sterren en onze waarnemers. Wel kunnen we de trillingen afleiden uit helderheids- of snelheidsvariaties van het steroppervlak. Deze geven de trillingsfrequenties prijs. Tijdens de lezing zullen we ons naar het binnenste gedeelte van sterren verplaatsen en hun trillingen 'beluisteren'. Vervolgens maken we duidelijk hoe de trillingen de inwendige fysische processen in sterren blootleggen.

03-04-2008 Ontwikkelingen in de infraroodsterrenkunde
Prof. Dr. Peter Barthel, Universiteit Groningen
Download presentatie (OneDrive, PowerPoint 13,5 MB)

Lezing over het nieuwe tijdperk van de infrarood sterrenkunde.
Dit jaar zal NASA een record kwijt zijn: het Europese ruimteagentschap ESA zal dan de grootste ruimtetelescoop in bedrijf hebben. Deze Herschel-ruimtetelescoop zal met zijn spiegel met een diameter van 3,5 m. ruim drie jaar het infrarode en submillimeter heelal gaan verkennen. De verwachtingen, uit de hele wereld, zijn hooggespannen, want de Herschel zal ons veel kunnen leren over de vorming van sterren, sterrenstelsels en planetenstelsels.
Maar infra-rood-sterrenkundigen zijn al vanaf 21 februari vorig jaar met verhoogde activiteit aan de slag aangezien de Japanse infrarood-satelliet Akari toen met succes in een baan om de aarde is gebracht.
De lezing wordt gegeven door Dr. Peter Barthel, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit in Groningen en sinds 1997 als wetenschapper nauw betrokken bij het Herschel project.

17-04-2008 Chemische evolutie en sterpopulaties in dwerg melkwegstelsels
Prof. Dr. Eline Tolstoy, Universiteit Groningen
Download presentatie (OneDrive, PowerPoint 13,5 MB)

Sterrenkunde is een bijzondere wetenschap. Alle kennis wordt verkregen via informatie afkomstig van directe observatie van objecten. In andere wetenschappen wordt kennis verkregen via slim ontworpen experimenten of via het nauwgezet observeren van een proces. In de astronomie zijn het de directe waarnemingen zelf, en niets anders, die ons iets kunnen onthullen over astrofysische processen en over het verre verleden.

Eén van de belangrijkste uitdagingen op het gebied van de astrofysica is het beter begrijpen van de vorming en evolutie van sterrenstelsels. De meest bekende theorie op dit gebied, is de zo geheten "Cold Dark Matter theory". Volgens deze theorie vormden zich als eerste kleine stelsels. Mogelijk zijn de dwergstelsels die zich in ons "Nabij Heelal" bevinden voorbeelden van deze eerste sterrenstelsels. Onderwerp van deze lezing is hoe wij gebruik hebben gemaakt van archeologische informatie, in de vorm van chemische evolutie van sterpopulaties binnen dwergstelsels, om hun vorming en evolutie te bestuderen. Daarnaast geeft bestudering van deze kleine oude systemen ons ook veel informatie over de condities in het vroege heelal. Ten slotte levert de bestudering van dwergstelsels ook informatie op over de vorming van sterrenstelsels in het algemeen.

15-05-2008 Is het waar dat de mens het klimaat verandert?
De IPCC-klimaatmodellen
Dr. Rob van Dorland*
Download presentatie (OneDrive, PowerPoint 5 MB)

De Nobelprijs voor de Vrede werd in 2007 toegekend aan Al Gore en de IPCC, de International Panel on Climate Change van de Verenigde Naties. Triangulum prijst zich daarom gelukkig om de achtergronden van de klimaatmodellen die het IPCC hanteert en de werkwijze van de IPCC-werkgroepen uitgelegd te krijgen door Rob van Dorland, die direct betrokken is bij de IPCC.

Het klimaat verandert. Maar waarom? Zijn de veranderingen toe te schrijven aan de grillen van de natuur of heeft de mens zijn stempel gedrukt op het klimaat? Wetenschappers buigen zich al jaren over deze vragen. In 2007 kwam het internationale gezelschap van klimaatdeskundigen van de VN, het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), tot de conclusie dat menselijke invloed op het klimaat onmiskenbaar is. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de temperatuurtoename in de tweede helft van de 20 e eeuw aan louter natuurlijke variaties kan worden toegeschreven. De contouren van de menselijke invloed op klimaatveranderingen tekenen zich steeds meer af en ook ons begrip van het complexe klimaatsysteem neemt almaar toe. Met geavanceerde computersimulaties zijn we tegenwoordig redelijk in staat de klimaatontwikkelingen van de afgelopen eeuw te reconstrueren. Ook de toekomstige veranderingen van het klimaat zijn op die manier in kaart te brengen. De verwachting is dat de temperatuur aan het eind van de 21 e eeuw zal toenemen met een tot zes graden en dat het gemiddeld op aarde natter zal worden. Met de verdergaande opwarming van de aarde kan het klimaatsysteem echter ook voor verrassingen zorgen die zich minder eenvoudig in computermodellen laten vangen. Ook regionale klimaatprojecties blijken nog lastig. Desalniettemin zal in de lezing binnen de bestaande onzekerheidsmarges het toekomstig klimaat van Nederland geschetst worden. Als inleiding op de discussie zal ook worden ingegaan op adaptatie, het aanpassen aan klimaatverandering, en mitigatie, het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.* Rob van Dorland volgde zijn opleiding, Natuurkunde met doctoraalstudie Meteorologie en Fysische Oceanografie, aan de Universiteit van Utrecht. Hij is sinds 1988 verbonden aan het KNMI als senior onderzoeker/adviseur klimaat. In 1999 promoveerde hij op onderzoek naar de stralings- energiehuishouding van het klimaatsysteem en de relatie tussen de verandering van de chemische samenstelling van de atmosfeer en het versterkte broeikaseffect. Verder is hij betrokken bij discussies over de rol van menselijke activiteiten en natuurlijke factoren op het klimaat. Momenteel vormt kennisoverdracht naar publiek en beleidsmakers een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden. Verder is hij lid van de Raad voor Aarde en Klimaat bij de Koninklijk Nederlandse Akademie van Wetenschappen en redacteur meteorologie van het populair wetenschappelijke maandblad Zenit. Hij is voorzitter van de wetenschappelijke redactie van het Platform Communication of Climate Change (PCCC), een samenwerkingsverband tussen MNP, KNMI, Wageningen UR, Universiteit Utrecht, ECN, Vrije Universiteit en NWO. Rob van Dorland is bovendien één van de auteurs van het nieuwe klimaatrapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) dat in 2007 is gepubliceerd.

04-09-2008 Astrofotografie
Jan Adelaar, Corona Borealis

Jan Adelaar is een begrip in de wereld van de astrofotografie.
Gevorderde amateurs kunnen nu bijdragen aan de wetenschap: ook bij hun neemt het gebruik van snelle en gevoelige cameras toe zoals opnamen door specifieke kleurfilters.

Voor een ieder die geïnteresseerd is in de techniek die Jan gebruikt, zoals het gebruik van de webcam, als in de prachtige resultaten die hij heeft bereikt, belooft dit een prachtige avond te worden.

18-09-2008 Duisternis in het heelal: Donkere materie
Drs. Anne-Marie Weijmans

In plaats van de sheets van de presentatie heeft Anne-Marie een lijst met belangwekkende internetadressen gemaakt:

Zie ook: Donkere materie, Wim Schuur, 21-08-2008

Waaruit bestaat het heelal? Uit planeten, sterren en gaswolken. En die huizen in sterrenstelsels, zoals onze eigen Melkweg. Een vraag die we simpelweg kunnen beantwoorden door om ons heen te kijken. Kijken met onze ogen en voor de objecten die zwak zijn en ver weg staan gebruiken we een telescoop. Zo hebben we verre sterrenstelsels kunnen waarnemen tot op miljarden lichtjaren afstand: hun licht werd uitgezonden toen het heelal nog maar een fractie van zijn huidige leeftijd had.

Maar is kijken wel genoeg? Stiekem gaan we er dan van uit dat alle materie licht uitzendt, zodat we het kunnen zien. De natuur zit echter anders in elkaar. Zij heeft ook materie geproduceerd die onzichtbaar is: geen enkel lichtdeeltje wordt uitgezonden. Donkere materie. Alleen op te sporen door slimme trucs toe te passen en goed te letten op de normale, lichtgevende materie (sterren) die onder invloed van de zwaartekracht door de donkere materie in hun buurt anders bewegen dan je in eerste instantie zou verwachten.

Sterrenkundigen houden zich veel met donkere materie bezig. Donkere materie is belangrijk voor de ontstaansgeschiedenis en de evolutie van sterrenstelsels. Donkere materie is noodzakelijk voor de vorming van structuur in het heelal, zoals wij die nu zien. En donkere materie zal uiteindelijk mede het lot van het heelal bepalen. Maar ondanks dit alles weten we niet wat donkere materie is. We weten alleen dat slechts 4% van het heelal uit normale materie, zoals sterren bestaat.

Over die overige 96% gaan we het vanavond hebben. We bespreken hoe donkere materie gevonden kan worden en speculeren over wat donkere materie zou kunnen zijn. We gaan in op het belang van donkere materie voor de sterrenkunde, en staan stil bij de rol die donkere materie in het moderne sterrenkunde onderzoek inneemt. Als u verwacht aan het eind van deze avond precies te weten wat donkere materie is, dan moeten we u teleurstellen. Maar zijn raadsels eigenlijk niet veel leuker?

Anne-Marie Weijmans is december 2004 afgestudeerd in de sterrenkunde aan de Universiteit Leiden, en sinds februari 2005 daar werkzaam als promovenda. Haar onderzoek richt zich op het vinden van donkere materie in elliptische sterrenstelsels.

Zij was betrokken bij het organiseren van de eerste Nederlandse Sterrenkunde Olympiade in 2007. Daarnaast is zij lid van twee orkesten, waar zij hobo en althobo speelt.

16-10-2008 Mira, reuzenster met staart
Prof. dr. C. de Jager, Universiteit Utrecht
Download presentatie

In het sterrenbeeld De Walvis, bevindt zich een vreemde ster, in 1596 ontdekt door de Oostfriese predikant David Fabricius. Hij was soms niet, soms wel te zien, zoals door anderen later werd bevestigd. In 1648 werd de ster door Johannes Hevelius te Dantzig 'Mira Ceti' genoemd - de verwonderlijke uit de Walvis. Het is een pulserende reuzenster die tot wel 500 maal zo groot kan worden als de zon - dan is het een heldere ster, gemakkelijk met het blote oog te zien. Een half jaar later is hij zelfs met een goede kijker nauwelijks zichtbaar.


De 'verwonderlijke' blijkt steeds verwonderlijker dan we dachten. Onlangs werd vastgesteld dat hij een staart heeft die ruim tien lichtjaren lang is. Een staart bij een ster is een verschijnsel dat niet eerder bij een andere ster is waargenomen. Waardoor is die staart ontstaan? En wat verklaart de vreemde helderheidwisselingen? Hoe oud is Mira en is het waar dat zij niet lang meer zal leven?

13-11-2008 De Gaia-missie, een 3D-kaart van de Melkweg
Dr. A.G.A. Brown
Download presentatie (OneDrive, PowerPoint 10 MB)
Meer informatie over de Gaia-missie vindt u op de website van de ESA. Kijk in het bijzonder bij 'Information sheets'.

Dr. A.G.A. Brown, Sterrenwacht Leiden, komt ons vertellen over de Gaia missie. De Gaia ruimte missie is een ESA Cornerstone project en ligt op schema voor lancering in 2011. Het belangrijkste wetenschappelijke doel van Gaia is om de structuur en ontstaansgeschiedenis van de Melkweg te ontrafelen. Dit wordt gedaan met behulp van een stereoscopische `census' van 1 miljard sterren, waarbij nauwkeurig de afstanden en ruimtelijke bewegingen van de sterren gemeten worden. Om deze census goed te kunnen interpreteren meet Gaia ook nauwkeurig de kleuren van de sterren (fotometrie), waaruit de leeftijd en chemische samenstelling kan worden afgeleid. De astrometrische metingen van Gaia zullen meer dan 100 keer zo nauwkeurig zijn als die van de Hipparcos missie. Gaia metingen hebben een nauwkeurigheid van 10 microboogseconden, ongeveer 3 miljardste graad. Dit correspondeert met de hoek die een euromunt opspant op de maan gezien vanaf de aarde! Het resultaat van deze missie zal en nauwkeurige 3D kaart van de hele melkweg zijn waarbij ook de bewegingen van alle sterren en hun astrofysische kenmerken (zoals leeftijd, massa, chemische samenstelling, enz) vastgelegd zullen zijn. In deze lezing zal ik eerst bespreken waarom deze missie van belang is voor sterrenkunding onderzoek en aan de hand van Hipparcos gegevens laten zien wat we kunnen verwachten. Vervolgens zal ik ingaan op de meer technische aspecten van de missie. Hoe worden de metingen verricht en hoe kan Gaia de enorme precisie halen die we nastreven?

11-12-2008 Het klimaat over 10 000 jaar
Prof. dr. S.B. Kroonenberg
Download presentatie (OneDrive, PowerPoint 29 MB)

Prof Dr S.B. Kroonenberg is hoogleraar geologie aan de Technische Universiteit in Delft. Aan professor Kroonenberg werd op 22 oktober 2008 een ereprofessoraat verleend van de Moscow State University. Hij kreeg deze titel voor zijn onderzoek op het gebied van de veranderingen in de zeespiegel van de Kaspische Zee.

Wij mensen kijken door een zo nauw sleutelgat naar de tijd dat wij denken dat het klimaat nu pas voor het eerst verandert, en dat het niet meer zal gebeuren als wij maar braaf zijn. Maar wij moeten niet alleen vooruitkijken tot het jaar 2100, zoals de meeste klimaatmodellen doen: dat is de toekomst gemeten met de menselijke maat . Natuurlijke processen als klimaatverandering, zeespiegelstijging, aardbevingen en vulkanische erupties fluctueren in veel grotere tijdschalen . Als je kijkt tot het jaar 10 000 zie je de huidige veranderingen in een heel ander perspectief. Alle rampen waar we nu bang voor zijn, hebben in het verleden al eens plaatsgevonden, en zelfs nog wel grotere, door natuurlijke oorzaken. Wie zoals Al Gore zegt: "we might lose the earth" ziet niet dat alles wat er nu gebeurt, ook de recente opwarming van het klimaat, vanuit het standpunt van de aarde business as usual is. Wie zegt dat de aarde er aangaat, bedoelt niet de aarde maar zichzelf, de mensheid. Een kleinzielig antropocentrisch wereldbeeld dat geen recht doet aan het feit dat de mens voor de aarde, zoals Mark Twain het zegt, niets meer is dan het likje verf op het topje van de Eiffeltoren.

In februari 2006 verscheen zijn boek "De menselijke maat - de aarde over tienduizend jaar".