Voordrachten in 2011

Door te klikken op de datum in onderstaande tabel wordt u naar de samenvatting van de betreffende lezing geleid.


Indien beschikbaar, vindt u daar ook een hyperlink om de presentatie te downloaden.

....Datum.... Onderwerp Spreker
13-01-11 Het nieuwe heelal: Ontdekkingen door de Hubble Ruimte Telescoop Prof. dr. Henny Lamers
27-01-11 De geometrie van het heelal Drs. W.A. Schuur
10-02-11 Van primordiale ruis tot kosmisch schuim Prof.dr. M. van de Weijgaert
10-03-11 Hebben zwarte gaten stoppelbaarden? Prof. dr. J. Heise
14-04-11 Wormgaten: meer dan alleen science fiction Tjibaria Pijloo
28-04-11 Het gaat PRIMA met de astronomie in Nederland (herhaling van 16-12-2010) Ir. J.R. Nijenhuis
12-05-11 Op zoek naar de oorsprong: van de aarde naar de oerknal Prof. dr. H. Lamers
15-09-11 Satellietbanen naar Neptunus en planetoïden Ir. Jeroen Melman
03-11-11 Het weer in satellietbeelden Drs. C. Floor
20-10-11 Het grote ijs Prof. dr. M. van den Broeke
06-10-11 Driehoeksmeting in Nederland Dhr. F. Jansen
17-11-11 IJsdwergen, transplutonische objecten Alex Scholten
15-12-11 ALMA, the making of ir. Joost Adema


13-01-2011 Het nieuwe heelal
Prof. dr. Henny Lamers, Sterrenkundig Instituut Universiteit Utrecht

Download (Skydrive, pdf, 8.0 MB)

Sinds zijn lancering op 24 April 1990 heeft de Hubble Ruimte Telescoop een schat van opnamen gemaakt en naar de aarde gezonden. Door de hoge kwaliteit van de telescoop en door zijn baan ver boven de aardse dampkring kunnen niet alleen veel scherpere
opnamen worden verkregen dan vanaf de aarde, maar ook bij veel meer golflengten, o.a. in het ultraviolet. Met de bestudering van die opnamen hebben we antwoord gekregen op een aantal vragen over de kosmos. Maar er zijn veel meer nieuwe vragen bijgekomen!
Op een aantal gebieden heeft de Hubble zelfs een revolutie in ons denken over de kosmos veroorzaakt.

Aan de hand van spectaculaire opnamen van de Hubble zal Prof Lamers op
eenvoudige wijze de nieuwe inzichten bespreken over o.a.
- het ontstaan van sterren
- de dood van sterren
- het ontstaan van melkwegstelsels.

27-01-2011 De geometrie van het heelal
Drs. W.A. Schuur

Parallellezing

Download (Skydrive, pdf, 2.5 MB)

De kosmologie leert dat het heelal vlak is. Maar wat moeten we ons daar eigenlijk bij voorstellen? In deze lezing wordt uitgelegd hoe Albert Einstein tot zijn theorie van de zwaartekracht kwam, ofwel de algemene relativiteitstheorie. In essentie is het een meetkundig model waarin alle vormen van massa en energie de kromming van de ruimte bepalen en omgekeerd deze kromming de banen van objecten en licht voorschrijft.

10-02-2011 Van primordiale ruis tot kosmisch schuim
Prof.dr. M. van de Weijgaert, Kapteyn Instituut, Universiteit Groningen

Download (Skydrive, pdf, 30.9 MB)

Bezien op schalen van enkele tot tientallen megaparsecs bestaat de infrastructuur van het zichtbare heelal uit een intrigerend en complex sponsachtig netwerk.
Samengeklonterd in een karakteristiek schuimachtig patroon blijken sterrenstelsels zich te hebben verzameld in enorme wanden, filamenten en dichte compacte clusters die grote, welhaast lege, voids omgeven. Deze structuren zijn gegroeid uit minieme afwijkingen in de dichtheidsverdeling in het prille universum. Dergelijke fluctuaties trekken zich gravitationeel samen, culminerend in de ineenstorting en vorming van objecten zoals sterrenstels en clusters. Grotere structuren bevinden zich nog in een jeugdiger fase en zijn nog maar gedeeltelijk samengetrokken in afgeplatte of uitgerekte configuraties.
Dit algehele beeld van kosmische structuurvorming is dramatisch bevestigd sinds experimenten zoals COBE en recent WMAP zeer nauwkeurig de verwachte temperatuursfluctuaties in de microgolfachtergrondstraling hebben gemeten. Daarmee is ruimtelijk een kaart verkregen van de embryonale verstoringen in de primordiale kosmos: ruimtelijk een stochastisch ruisveld, wiens statistische eigenschappen een schatkamer voor de kosmologie vertegenwoordigt. In deze voordracht worden de eigenschappen van de kosmische materieverdeling beschreven. Dit culmineert in een beschouwing over het proces van kosmische structuurvorming, waarbij we de recente resultaten van onder andere de WMAP zullen bediscussieren en koppelen aan de webstructuren die met name door de grote 2dF en Sloan SDSS surveys in kaart zijn gebracht.

10-03-2011 Hebben zwarte gaten stoppelbaarden?
Prof. dr. John Heise

Download (Skydrive, pdf, 3.7 MB)

"Zwarte gaten hebben geen haar" (hebben geen structuur). De grens tot waar we een zwart gat kunnen zien, is een kale gladde bol. Uit een nieuwe ontwikkeling blijkt dat zwarte gaten wellicht toch "stoppelbaarden" hebben. Het is het eerste concrete resultaat van de snaartheorie, een nog niet sluitende theorie over de ultieme toestand van materie. Zwarte gaten zijn daarin gewoon heel kleine en zware sterren ("snaarsterren"). Dit idee is de oplossing voor beruchte problemen met zwarte gaten. Snaartheoretici juichen. Critici zeggen dat alles nog onvoldoende bewezen is. Sciencefictionliefhebbers zijn teleurgesteld omdat tijdreizen via zwarte gaten nu niet meer mogelijk zijn.

In deze voordracht zullen we de verschillende soorten zwarte gaten illustreren en uitleggen wat nog steeds de fundamentele problemen zijn.

14-04-2011 Wormgaten: meer dan alleen science fiction
Tjibaria Pijloo, Studentambassadeur Sterrenkunde

Als een worm van de ene naar de andere kant van een appeltje wil, dan kan hij rondom het appeltje gaan, of, hij kan een gaatje maken, waardoor hij binnendoor kan gaan. Als hij een gaatje maakt - een wormgat - dan hoeft hij een korter stukje te reizen en is hij sneller aan de andere kant van de appel.
Zo zijn ook de wormgaten in de natuur- en sterrenkunde"shortcuts": shortcuts in plaats én tijd! De Algemene Relativiteitstheorie van Einstein staat toe dat wormgaten, waaronder ook de bekende Einstein-Rosen bruggen, kunnen bestaan. Als wormgaten ook fysiek kunnen bestaan, dan zou dat betekenen dat het niet alleen mogelijk is om binnen korte tijd enorme afstanden af te leggen, maar ook om in de tijd te reizen.
In de lezing komen begrippen als relativiteit en 4D-ruimtetijd aan de orde, om uiteindelijk in te gaan op
wormgaten en de nodige vragen die ze oproepen.

28-04-2011 Het gaat PRIMA met de astronomie in Nederland (herhaling van 16-12-2010)
J.R. Nijenhuis (Systeem ingenieur TNO I&T)

De Europesche astronomische organisatie ESO heeft in Chili vier 8m telescopen staan in het Andes gebergte. Daarmee kunnen opnamen gemaakt worden die tot voor kort alleen voorbehouden waren aan bijvoorbeeld een ruimtetelescoop. Dat is mogelijk geworden door de toepassing van interferometrie, waarmee beelden verkregen kunnen worden als betrof het een telescoop van meer dan 100m doorsnede. De toevoeging van de PRIMA-faciliteit maakt het mogelijk om nu ook veel licht zwakkere objecten te kunnen detecteren. Denk daarbij o.a. aan exo-planeten. In feite stelt PRIMA, en de star separators in het bijzonder, de astronoom in staat om tegelijk met twee ogen naar de hemel te kijken. Het ene oog kijkt dan naar een heldere referentiester en maakt interferometrie mogelijk terwijl het andere oog naar een lichtzwak object kijkt wat zichtbaar is geworden dankzij dit feit.

Op zich is dat nog niet voldoende. Ook het gebruik van adaptieve optiek speelt een belangrijke rol. Daarnaast zijn er ook nog vier kleinere telescopen waarmee de positie van sterren nauwkeurig bepaald wordt. Ook daar speelt PRIMA een rol. Tijdens de lezing zal de samenhang tussen dit alles worden uitgelegd en worden geïllustreerd met foto's gemaakt tijdens een bezoek van ondergetekende aan het observatorium.

Nederland heeft belangrijke bijdragen geleverd in de realisatie van PRIMA. TNO heeft de star separators ontwikkeld voor zowel de vier grote als de vier kleine telescopen. Hoe deze instrumenten werken zal u uitgelegd worden in zoveel detail als u dat wilt. Ondergetekende had voor het ontwerp en de realisatie van de instrumenten de technische verantwoordelijkheid.

Bent u geïnteresseerd in de werking van het observatorium en PRIMA in het bijzonder dan mag u deze lezing niet missen.

12-05-2011 Op zoek naar de oorsprong: van de aarde naar de oerknal
Prof. dr. Henny Lamers, Sterrenkundig Instituut Universiteit Utrecht

Download (Skydrive, pdf, 1.9 MB)

Iedereen heeft wel eens gehoord over het "Uitdijend Heelal" en de "Oerknal". Maar wat is die uitdijing nou eigenlijk? Worden de sterren steeds groter? Of neemt de afstand van de sterren onderling steeds toe? Komt daardoor ook de aarde steeds verder van de zon af?
En dan die Oerknal: Wat knalde er nou eigenlijk uit elkaar? Waarom, waar en wanneer?
Wat er dan voor de oerknal?
Minstens even zo interessant is de vraag: Hoe weten astronomen dat? Wie heeft dat ontdekt? Hoe kun je dat meten?
In deze lezing maken we met grote telescopen een zoektocht door het heelal. We beginnen met aarde en kijken dan steeds verder. We komen de zon en sterren tegen, melkwegstelsels (dat zijn verzamelingen van miljarden sterren) en groepen van melkwegstelsels. Naarmate we verder weg kijken, kijken we ook steeds verder terug in de tijd omdat het licht er steeds langer over heeft gedaan om ons te bereiken. Zo kunnen we vele miljarden jaren in het verleden kijken. Tot we uiteindelijk aankomen bij de oerknal waarmee het allemaal begon.
De spreker zal op een eenvoudige manier met veel mooie opnamen laten zien en uitleggen wat er gebeurt in het heelal en hoe we daarachter zijn gekomen.
Zoals Einstein ooit zei: "Het meest onbegrijpelijke van het heelal is dat we het kunnen begrijpen!"

15-09-2011 Satellietbanen naar Neptunus en planetoïden
Ir. Jeroen Melman - Technische Universiteit Delft

Download (Skydrive, pdf, 11.9 MB)

Sinds we de ruimte in kunnen, hebben we ook vrij snel de invloedssfeer van de aarde verlaten. Het is weliswaar nog steeds onbemand, maar op deze manier hebben we toch al een heel aantal werelden van dichtbij kunnen bewonderen: van Mercurius tot Neptunus, en van onze eigen maan tot de manen van Saturnus.

Deze presentatie zal ingaan op de satellietbanen naar en rondom deze verre werelden, en niet zozeer op de wetenschappelijke observaties die vervolgens ter plekke gedaan worden. De bestudering en optimalisatie van deze banen zijn vanzelfsprekend cruciaal in het bereiken van astronomische planeetkundige resultaten. Verschillende uiteenlopende baantechnieken zullen besproken worden, zoals planetaire scheervluchten, hoge versus lage stuwkracht, genetische algoritmes, onregelmatige zwaartekrachtsvelden, en zonsynchrone banen.

Een aantal gevallen zal behandeld worden aan de hand van mijn onderzoek. Tijdens het afstuderen was een optimale interplanetaire baan naar Neptunus het doel. Dit traject brengt ons langs verscheidene andere planeten. Ook het invangen van de satelliet in een baan om deze gasreus en banen naar en rondom zijn grootste maan Triton zullen besproken worden.


Nu in het promotieonderzoek houd ik mij bezig met autonome navigatie rondom asteroïden. Deze brokstukken vormen een grote uitdaging voor de astrodynamicus, aangezien zij een zeer zwak en onregelmatig zwaartekrachtsveld hebben.

06-10-2011 Driehoeksmeting in Nederland
Dhr. Frans Jansen

Download (Skydrive, pdf, 2.6 MB)

We kijken met een korte historische blik naar de internationale theorieën over de vorm van de aarde en het meten van de omtrek in vroeger eeuwen. Dan zoomen we in op de ontwikkelingen in Nederland. In 1615 bedacht de Nederlander Willebrord Snel van Royen (Snellius) een nieuwe methode om de omtrek van de aarde te bepalen door middel van driehoeksmeting (triangulatie). In het begin van de 19e eeuw sloot baron Kraijenhoff, in opdracht van Napoleon, een driehoeksnet over Nederland aan op het recent ontstane Franse driehoeksnet. Dit gebeurde in beide gevallen om een nauwkeurige topografische kaart te kunnen maken. In de tweede helft van diezelfde eeuw werd in het kader van Midden-Europese Graadmeting door de Nederlandse regering opdracht gegeven om een driehoeksnet over Nederland te leggen. Kerktorens of andere hoge bouwwerken werden hiervoor in eerste instantie geselecteerd en vervolgens als punt van het driehoeksnet ingemeten. Het driehoeksnet dat uiteindelijk ontstond werd gebruikt om metingen ten behoeve van kadastrale en topografische kaarten in een eenduidig stelsel op kaart te kunnen zetten en is tot op de dag van vandaag nog steeds bruikbaar. De laatste jaren zijn er echter ontwikkelingen die het niet meer noodzakelijk maken om fysiek met metingen in het terrein aan te sluiten op kerktorens of dergelijke markante terreinpunten. De komst van GPS is niet alleen een enorme hulp bij navigatie, maar biedt landmeters ook de mogelijkheid om met centimeternauwkeurigheid metingen op de aardbol uit te voeren.

20-10-2011 Het grote ijs
Prof. dr. M. van den Broeke, Universiteit Utrecht

Download (Skydrive, pdf, 3.7 MB)

De ijskappen van Groenland en Antarctica bevatten genoeg ijs om wereldwijd de zeespiegel met 70 meter te laten stijgen. Lang werd aangenomen dat deze enorme ijsmassa's te groot zijn om snel op klimaatverandering te reageren. Recente waarnemingen hebben echter aan het licht gebracht dat de Antarctische en Groenlandse ijskappen zeer dynamisch zijn en nu al ieder significant bijdragen aan de huidige zeespiegelstijging van ~3 mm per jaar. De waargenomen zeespiegelstijging lijkt zelfs te versnellen, wat ook gedeeltelijk wordt toegeschreven aan de snel veranderende massahuishouding van de grote ijskappen. In deze lezing wordt een overzicht gegeven van het ondersoek naar het klimaat en de massabalans van de grote ijskappen, de recente veranderingen en in welke mate dat invloed heeft op de zeespiegel. We plaatsen de veranderingen in een geologisch perspectief en kijken naar de toekomst. Ook wordt aandacht besteed aan de recente, dramatische afname van het zeeijs in het noordpoolgebied, die door de modellen van het IPCC sterk wordt onderschat.

03-11-2011 Het weer in satellietbeelden
Drs. C. Floor

Boek

Begin jaren zestig van de vorige eeuw werden de eerste weersatellieten in een baan rond de aarde gebracht. Als de televisiecamera op de rondtollende satelliet toevallig even de aarde in beeld kreeg, steeg in de controlekamers een luid gejuich op. De weinig gedetailleerde zwart-witbeelden lieten in de dampkring en op het aardoppervlak dan ook verschijnselen zien die niet eerder op een dergelijke manier in beeld waren gebracht.
Inmiddels zijn we vijfenveertig jaar verder. Het aantal instrumenten op de satellieten is uitgebreid, het gaat niet meer uitsluitend om toepassingen in de weerkunde, de beelden zijn aanzienlijk scherper en de laatste vijf jaar deels zelfs in 'ware kleuren'. Of de aarde in beeld komt is geen verrassing meer; de sensoren van de satelliet zijn onafgebroken op de aarde gericht en de tijden waarop men nieuwe beelden van de aarde en de atmosfeer mag verwachten, zijn ruim van tevoren bekend. Wat daarop te zien is, blijkt vaak nog wél onverwacht. De schitterende opnamen weten steeds weer te boeien en stellen ons in staat te genieten van verschijnselen waarvan onze ouders en voorouders geen weet hadden en van uitzichten waarop zij geen zicht hadden.

17-11-2011 IJsdwergen, transplutonische objecten
Alex Scholten - Volkssterrenwacht Bussloo

Download (Skydrive, pdf, 4.3 MB)

Recente ontdekkingen van hemellichamen in ons zonnestelsel in banen voorbij Neptunus en Pluto, alsmede onderzoek aan de verre planeet Pluto hebben in de afgelopen jaren het beeld van ons zonnestelsel veranderd. Regelmatig vinden we melding in de pers van een ‘vermeende' tiende planeet, zoals de bijzondere objecten Sedna, Quaoar, en de dwergplaneten Eris, Makemake en Haumea.
De grens tussen planeten, planetoïden en kometen lijkt te vervagen en leidde tot een nieuwe categorie objecten: TNO's (Trans Neptunian Objects). Hierbij is ook de status van Pluto als 9e planeet ter discussie gekomen.
Recent zijn er dankzij deze ontdekkingen ook nieuwe inzichten gekomen over de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel.
In de lezing loopt Alex Scholten in een kort bestek het actuele beeld van het zonnestelsel en zijn ontstaan door, om daarna langere tijd stil te staan bij die TNO's, ijsdwergen aan de grens van ons zonnestelsel.

15-12-2011 ALMA - The making of
ir. Joost Adema - SRON

downloads (2 pdf-bestanden op Skydrive van 5,6 resp. 2,1 MB: ALMA1 en ALMA2)

ALMA (Atacama Large Millimeter Array) is het grootste Astronomische Observatorium dat op dit moment gebouwd wordt. Het wordt een krachtig instrument dat gevoelig is voor straling met een golflengten van submilimeters tot in het centimeter gebied. Het zal uiteindelijk bestaan uit zesenzestig telescoopantennes hoog in de Andes in Noord-Chili. Door deze antennes te koppelen ontstaat een reusachtige telescoop. Joost Adema zal een beschrijving geven van het project. Hij gaat daarbij in op zaken als:

- Wat is ALMA? Hoe ziet het er uit?
- Waarom wordt het gebouwd en hoe is het ontstaan?
- Wat is de huidige status en wanneer is ALMA klaar?

Daarna gaat de spreker in op de Nederlandse bijdrage: De Band 9 ontvangers.

- Wie zijn wij en wat maken we?
- Waarom wij?
- Wat zijn de toekomst plannen?

Meer informatie: www.almaobservatory.org