Voordrachten in 2014

Door te klikken op de datum in onderstaande tabel wordt u naar de samenvatting (indien beschikbaar) van de betreffende lezing geleid.

Indien beschikbaar, vindt u daar ook een hyperlink om de presentatie te downloaden.

....Datum.... Onderwerp Spreker
09-01-14 Kometen: Een terugblik en een vooruitblik Alex Scholten
30-01-14 Omgaan met risico's - Betrouwbaarheid Dr. Loet Janssen
Louis Cornelissen
20-02-14 Sterhopen Mw. Tjibaria Pijloo MSc
06-03-14 Klimaatverandering Dr. Roderik van de Wal
03-04-14 Planetaire nevels Prof. dr. Kees de Jager
24-04-14 Zwarte gaten: klein, middel (?) en groot Dr. Peter Jonker
15-05-14 Betrouwbaarheid JWST Louis Cornelissen
25-09-14 LOFAR Dr. Michiel Brentjens
09-10-14 Het missende heelal Dr. Auke-Pieter Colijn
06-11-14 Omkeringen van het aardmagneetveld Prof. dr. Cor Langereis
20-11-14 Vulkanisme in Europa Drs. Pim Beukenkamp
11-12-14 OLFAR Ir. Steven Engelen


09-01-2014 Kometen: Een terugblik en een vooruitblik
Alex Scholten, Volkssterrenwacht Bussloo

Download presentatie

Alex zal het verschijnsel komeet uitgebreid behandelen. Waar komen ze vandaan, zijn er verschillende types en kun je hun gedrag voorspellen. Een terugblik op de roemruchte komeet ISON zal verhelderend werken.
Op 20 januari vindt de wake-up call van de Rosetta-missie plaatst. Deze sonde zal een bezoek brengen aan de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko en later dit jaar zelfs een zachte landing uitvoeren. Alex zal deze missie van een toelichting voorzien.
Tenslotte blikt Alex vooruit op andere hemelverschijnselen in 2014.

30-01-2014 Omgaan met risico's - Betrouwbaarheid
Dr. Loet Janssen
Louis Cornelissen

Parallellezing

Download lezing Loet Janssen

Download lezing Louis Cornelissen

De begrippen risico en betrouwbaarheid worden besproken aan de hand van een aantal uiteenlopende voorbeelden.
Rampen en ongevallen zijn van alle tijden. Hoe gaat de overheid om met risicobeoordeling van activiteiten met gevaarlijke stoffen bij het waarborgen van een veilige leefomgeving?
Het slagen van technisch hoogstaande projecten, zoals ruimtetelescopen, marineschepen, gevechtsvliegtuigen en stormvloedkeringen, vereisen een hoge mate van betrouwbaarheid. Hoe wordt dit bereikt bij o.a. de James Webb ruimtetelescoop, de Nederlandse luchtverdedigingsfregatten, de JSF en de Maeslantkering?

 

20-02-2014 Sterhopen
Mw. Tjibaria Pijloo MSC, Radboud Universiteit

Sterrenhopen vormen belangrijke onderdelen van melkwegstelsels en de meest bekende soorten sterrenhopen zijn de bolvormige sterrenhopen (Globular Clusters) en open sterrenhopen (Open Clusters). Bolvormige sterrenhopen bestaan vandaag de dag uit tientallen duizenden tot miljoenen sterren en zijn zeer sterk gebonden, terwijl open sterrenhopen doorgaans maximaal een aantal duizenden sterren bevatten en een veel minder sterk gebonden systeem vormen.

Maar hoe zagen die sterrenhopen er nu in het begin uit (hoe massief, hoe groot), direct na hun vorming, of beter gezegd, direct nadat al het gas uit het cluster was verdwenen. Dat is een van onze onderzoeksvragen en in deze lezing zal Tibaria Pijloo laten zien hoe wij op die vraag antwoord proberen te geven.

06-03-2014 Klimaatverandering
Dr. Roderik van de Wal, Universiteit Utrecht

Download (OneDrive, pdf, 1.9 MB)

In januari jongstleden is de definitieve versie verschenen van het vijfde rapport van het IPCC verschenen waarin de stand van zaken op gebied van klimaatonderzoek wordt weergegeven. In deze lezing zal ingegaan worden op veranderingen in de cryosfeer en de daarmee gepaard gaande zeespiegelstijging. Welke processen zijn er belangrijk voor zeespiegelstijging en kunnen we al iets meer zeggen dan alleen maar iets over de mondiale stijging. Zijn de inzichten sinds 5 jaar geleden veranderd en welke kant zal het onderzoek de komende jaren opgaan.

Roderik van de Wal is klimatoloog verbonden aan het instituut voor marine en atmosferisch onderzoek Utrecht

 

03-04-2014 Planetaire nevels
Prof. dr. Kees de Jager

Bekijk presentatie

Door een niet te goede kijker gezien lijkt het object op een planeetje, maar het is een gaswolk: het stralende levenseinde van een zonachtige ster. Ook de zon zal over circa 5 miljard jaar zijn overgegaan in een gaswolk om de gecomprimeerde rest van de zon. Die rest is een witte dwerg. Het is niet onwaarschijnlijk dat ook de binnenste  planeten in deze gaswolk zijn verdwenen.

Wij beschrijven de levensloop van de zon. De theorie lijkt simpel en duidelijk. Maar de waarnemingen van planetaire nevels tonen dat er meer aan de hand is. Het einde van sterren als de zon is blijkbaar vaak gemarkeerd door niet één maar verscheidene explosies. Hoe kan dat?

 

24-04-2014 Zwarte gaten: klein, middel (?) en groot
Dr. Peter Jonker, SRON / Radboud Universiteit

Download (OneDrive, 13.9 MB)

Zeer zware sterren leven "slechts" enkele tientallen miljoenen jaren (terwijl een ster als de zon ongeveer 10 miljard jaar leeft). Aan het eind van het bestaan van een zware ster vindt een supernova explosie plaats, waarna een zwart gat of een neutronenster overblijft. In vogelvlucht neem ik u mee door ons eigen melkwegstelsel op zoek naar zwarte gaten. Wat zijn het, hoe vinden we ze in ons eigen melkwegstelsel?

Zwarte gaten zijn uitstekende objecten om extreme omstandigheden te bestuderen. Het feit dat de enorme massa van een zwart gat samengeperst zit in een klein gebied zorgt bijvoorbeeld voor een veel sterkere kromming van ruimtetijd dan op aarde in laboratoria nagebootst kan worden.

Verdere vragen die aan de orde zullen komen zijn: aangezien er ook superzware zwarte gaten zijn naast de kleine zwarte gaten, bestaan er dan ook tussenmaat zwarte gaten? Hoe vormen die en hoe kunnen we die proberen te vinden?

 

15-05-2014 Betrouwbaarheid JWST
Louis Cornelissen

Parallellezing

Download (OneDrive, 4.5 MB)

Op 30-01-2014 ging Louis in op het fenomeen betrouwbaarheid bij de ontwikkeling van complexe systemen. Hij illustreerde dit met een aantal voorbeelden. In deze lezing beschouwt hij hoe bij de ontwikkeling van de James Webb Space Telescope de betrouwbaarheid wordt ingevuld.

25-09-2014 LOFAR
Dr. Michiel Brentjens, ASTRON

In december 2012 deed de gloednieuwe (en allergrootste) radiotelescoop LOFAR haar eerste officiële waarnemingen. Het centrale gebied van de telescoop die voornamelijk door Astron (Dwingeloo) werd ontwikkeld ligt in Drenthe, maar het volledige apparaat strekt zich uit van Zuid-Duitsland tot Zweden en van Engeland tot voormalig Oost-Duitsland. Komend jaar zullen zelfs enkele Poolse antennestations worden toegevoegd! Hoog tijd dus om eens te kijken hoe het apparaat er nu uit ziet, hoe we het gebruiken en bedienen, en waar het zich de afgelopen twee jaar mee bezig heeft gehouden. Wat zijn de mooiste foto's? De gekste observaties? De nieuwste resultaten?

9-10-2014 Het missende heelal
Dr. Auke-Pieter Colijn, Universiteit van Amsterdam

We weten als sinds langere tijd dat de meeste materie in ons heelal niet bestaat uit de gewone atomen die we allemaal kennen. Voor ieder kilo van gewone materie bestaat er ongeveer vijf kilo van een tot nu toe onbekende substantie, die we de naam donkere materie hebben gegeven. In deze presentatie zal ik het astrofysische bewijs laten zien, waardoor we geloven dat er donkere materie bestaat. Daarna zal ik de focus verleggen naar de strategieën die we gebruiken om nieuwe elementaire deeltjes te vinden die verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor donkere materie. Met name de komende paar jaren zijn spannend voor donkere materie jagers, omdat een nieuwe generatie van experimenten wordt gebouwd die een goede kans maakt om voor het eerst de donkere materie deeltjes te detecteren.

06-11-2014 Omkeringen van het aardmagneetveld

Prof. dr. Cor Langereis, Geosciences Universiteit Utrecht

Download (OneDrive, 4.6 MB)

Het aardmagneetveld lijkt nog het meest op een staafmagneet in het centrum van de aarde (met een noordpool en zuidpoolmaar is eigenlijk een 'geodynamo' in de vloeibare kern van de Aarde). Het veld beschermt het leven op Aarde tegen een bombardement van geladen deeltjes uit de ruimte, vooral van de zon (zonnewind). Het verandert echter continu, op kleine en grote schaal. Bijvoorbeeld tijdens een omkering van het veld, waarbij het veld tot 10% van de normale sterkte afneemt. De sterkte van het veld neemt nu al eeuwen lang af, en sommigen speculeren dat zo’n omkering er aan zit te komen. Is dat zo, en moeten we ons dan ongerust maken?

Cor Langereis in deTelegraaf 2013):

Af en toe lees ik berichten dat het magnetisch veld van de aarde binnenkort zal omdraaien. Wat houdt dit precies in? En heeft dit gevolgen voor mensen en dieren?

Het aardmagneetveld draait regelmatig om, over de laatst 35 miljoen jaar gemiddeld 5 à 6 keer per miljoen jaar. Dat laatste keer dat dat gebeurde is 780 duizend jaar geleden: toen wees het kompas naar het zuiden in plaats van naar het noorden.

Het is dus al vrij lang geleden dat het veld omkeerde, maar dat zegt niet veel: de omkeringen zijn onregelmatig en vormen een soort streepjescode. Er zijn periodes van het veld met dezelfde polariteit (noord gericht noemen we normaal, zuid gericht noemen we omgekeerd) van slechts 20 duizend jaar, en periodes van vele miljoenen jaren.

Tijdens zo’n omkering van het veld neemt de intensiteit van het aardmagneetveld drastisch af, tot ongeveer 10-15% van de waarde bij een stabiele (normale of omgekeerde) polariteit. Dat heeft een belangrijk gevolg: het aardmagneetveld beschermt immers de aarde tegen het bombardement van geladen deeltjes in kosmische straling en vooral in de zonnewind.

Zonnewind is het gevolg van zonneuitbarstingen die samenhangen met het aantal zonnevlekken [nu vrij laag]. Hoe meer zonnevlekken, hoe meer zonneuitbarstingen en hoe vaker we zogenaamde ‘magnetische stormen’ op aarde waarnemen. Grote magnetische stormen hebben enorme schade veroorzaakt aan energiecentrales in het hoge noorden, zoals in Canada waar een centrale volledig opgeblazen werd.

De zonnewind en de bijbehorende magnetische stormen veroorzaken ook het noorderlicht [en uiteraard het zuiderlicht] en bij sommige grote stormen kon je het noorderlicht zelfs tot in Texas zien

Kortom, wat gebeurt tijdens een omkering? Het veld neemt drastisch af en de aarde wordt dus minder beschermd tegen straling. Het effect is echter niet erg dramatisch: de mens (en alle andere diervormen) hebben al vele malen zo’n omkering overleefd zonder ernstige gevolgen. Het effect van de toegenomen achtergrondstraling tijdens een omkering is te vergelijken met een ondergrond van graniet: er zijn veel plaatsen op aarde waar graniet voorkomt en mensen en dieren hebben daar geen aantoonbare last van. Geen extra kanker, geen mutaties of andere speculaties die je af en toe leest. Wat er wel gebeurt is dat je een tijd (pakweg 5000 jaar) het kompas niet kan gebruiken, maar daar hebben we tegenwoordig GPS voor [zit al in de meeste smartphones ...], dus zolang er nog satellieten om de aarde draaien, komen we daar wel uit. Hoewel: satellieten hebben wel meer last – door hun grote hoogte – van afgenomen bescherming door het aardmagneetveld en ze ondervinden meer schade [moderne satellieten worden dus steeds beter beschermd tegen effecten van straling; er kan dus wat aan gedaan worden].

Tot slot: er zijn vaak speculaties dat het aardmagneetveld spoedig gaat omkeren. Als het veld afneemt in het huidige tempo, dan duurt dat nog ongeveer 1500 jaar. Dat is geologisch erg snel, maar voor de politiek – die op termijnen van de volgende verkiezingen let – in de verre, verre toekomst. Maar die speculaties zijn evenveel waard als het voorspellen van het beursklimaat. Het aardmagneetveld is in de afgelopen 780 duizend jaar heel vaak sterk afgenomen, tot minder dan de helft van de huidige waarde, en daarna weer sterk toegenomen, zonder om te keren.

Dus wat is binnenkort? 1500 jaar (onwaarschijnlijk) of nog een paar miljoen jaar, statistisch gezien even onwaarschijnlijk.

 

We zullen dus gewoon moeten afwachten, net zoals op de volgende aardbeving. Dat ze komen is duidelijk, maar wanneer is afhankelijk van kansberekening. Niet van voorspellingen, want die kunnen we (nog) niet maken.

20-11-2014 Vulkanisme in Europa

Drs. Pim C. Beukenkamp

Parallellezing

Download (OneDrive, 66.2 MB)

Een erupterende vulkaan is actief. Maar een dergelijke definitie zou de Europese vulkanen beperken tot de Strómboli en de Etna. Meestal verstaat men onder een actieve vulkaan een vulkaan die in historische tijd is uitgebarsten, alhoewel de meeste geologen de tijdsduur oprekken tot de laatste 10.000 jaar. Immers het begrip historische tijd verschilt per gebied, zo ook tussen de Mediterrane en Atlantische vulkanen.

Na een inleiding over het magma-vulkaan systeem, het ontstaan van het vulkanisme en de vulkanische gevaren gaan we nader in op de Europese vulkanen, waar ze voorkomen en welke relatie er bestaat met de platentektoniek, en hoe actief en hoe gevaarlijk ze zijn. De virtuele Europese vulkanenreis begint op het vasteland van Europa en gaat vervolgens vanaf IJsland via de Azoren en Canarische eilanden naar de Middellandse Zee om te eindigen in Griekenland en Italië.

 

11-12-2014 OLFAR

Ir. Steven Engelen, Hyperion Technologies
(Vervanger van Dr. Mark Bentum, Universiteit Twente, ASTRON)

Download (OneDrive, 12.3 MB)

OLFAR is het nieuwste Nederlandse ruimtetelescoopproject op het gebied van radioastronomie. OLFAR (Orbiting Low Frequency Array) zal bestaan uit tientallen nanosatellieten die tezamen in de ruimte een radiotelescoop vormen. Doordat er geen last wordt ondervonden van aardse interferentie en de absorptie van de aardse atmosfeer kan men nog lagere frequenties ontvangen dan LOFAR (Low Frequency Array). Nooit eerder kon er onderzoek worden gedaan in het frequentiegebied 30 kHz - 30 MHz met deze hoge resolutie! Met de conventionele schotelantennes kan dit niet omdat die begrensd zijn op een minimumfrequentie van zo’n 250 MHz. Ook LOFAR is door de aardse ionosfeer doorgaans beperkt tot een minimumfrequentie van 30 MHz.

 

Bij uitzondering (b.v. tijdens een zonnevlekkenminimum) zijn lagere frequenties tot 10 MHz haalbaar. Alleen dan wanneer de meest bruikbare frequentie lager is dan 10 MHz kan men met LOFAR door de ionosfeer heen kijken op dergelijke lage frequenties. OLFAR heeft deze beperkingen niet.

De frequentieband van 30 kHz - 30 MHz is wetenschappelijk zeer interessant, omdat het in staat zal zijn om signalen die afkomstig zijn van de nog onzichtbare "Dark Ages", variërend van de Big Bang tot ongeveer 400 miljoen jaar erna te detecteren. De andere wetenschappelijke drijfveer is de LF-activiteit van (exo)planeten.